Bekijk Klinkers Makelaardij op Youtube Volg Klinkers Makelaardij op Facebook Volg Klinkers Makelaardij op Twitter
Vastgoed Pro   NWWI   Funda Huislijn Jaap Woonplein

Gemeente informatie

Selecteer uw stad/dorp en lees interessante informatie betreffende woon-/en leefomgeving, bezienswaardigheden, gemeentelijke heffingen enz.

BORN

Born (Limburgs: Bor) is een kerkdorp in de zogenaamde 'taille' van de Nederlandse provincie Limburg en vormt sinds 2001 een deel van de gemeente Sittard-Geleen. Er wonen circa 5900 mensen.

De plaats, die tot 1982 een zelfstandige gemeente was, deelt evenals Sittard en Susteren slechts een korte geschiedenis met Limburg. Het heeft van 1400 tot 1815 ook niet tot de Nederlanden behoord.

Vroege geschiedenis

De eerste vermelding van de plaatsnaam Born (als Burne) dateert uit het jaar 1125. De plaats is waarschijnlijk ontstaan rondom een bron en werd hiernaar genoemd. Er zijn in Duitsland, Luxemburg, België (Born, provincie Luik) en Frankrijk diverse plaatsen die ook zo heten.

In de 12e eeuw wordt de heerlijkheid gedeeld door de bisschoppen van Keulen en Luik. In 1213 komt het aan het graafschap Loon en in 1234 aan het hertogdom Gelre. In 1400 wordt Born tezamen met Sittard en Susteren verkocht aan de hertog van Gulik en wordt het de zetel van een stroman ('ambtman'). Ambt Born behelsde een gebied op de rechteroever van de Maas bestaande uit de nederzettingen Born, Sittard, Broeksittard, Susteren, Grevenbicht, Buchten, Holtum, Guttecoven, Urmond en Berg (thans Nederland) en Tudderen, Wehr, Susterseel en Hillensberg (thans Duitsland). In 1709 verschuift de zetel naar Sittard.

Gedurende de Franse tijd, tussen 1794 en 1800 behoorde Born tot het Kanton Sittard. In 1800 verloren de kantons hun bestuurlijke taak, die vanaf dat jaar aan de gemeenten werd toegemeten, waarop de gemeente Born verrees. Na de Franse tijd, in 1815, kwam de gemeente bij het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, werd in 1830 eerst deel van het nieuw gevormde Koninkrijk België, en hoort pas sinds 1839 (na de verdeling van Limburg in een Belgische en een Nederlandse provincie) definitief tot Nederland.

Moderne geschiedenis

Born was samen met de kerkdorpen Buchten en Holtum een zelfstandige gemeente tot 1 januari 1982. Op die datum werd ten gevolge van gemeentelijke herindeling een nieuwe gemeente gevormd door grotendeels de opgeheven gemeenten Born, Grevenbicht en Obbicht en Papenhoven. Deze gemeente, die de naam Born kreeg, fuseerde in 2001 met de gemeenten Sittard en Geleen tot de nieuwe gemeente Sittard-Geleen.

Geografie en topografie

Het dorp kent goede infrastructurele verbindingen: langs het dorp loopt de autosnelweg A2, die Zuid-Limburg met het noorden van het land verbindt en vanaf 2009 de N297, die de A2 met de Duitse A46 gaat verbinden. De haven van Born is via een spoorlijn verbonden met Sittard, die uitsluitend voor goederenvervoer wordt gebruikt.Born ligt in de zogenaamde 'taille van Limburg'; een smal gedeelte van Nederland dat Zuid-Limburg met de rest van het land verbindt. Vanuit de dorpskern is de afstand tot de Belgische grens hemelsbreed 2,5 kilometer westwaarts en tot de Duitse grens 4,7 kilometer oostwaarts. Vanaf de bebouwingsgrenzen zijn deze afstanden nog kleiner. Born ligt langs het Julianakanaal, waar ter hoogte van het dorp een sluis ligt. Ten noorden hiervan ligt het havengebied dat zich anno 2006 bijna helemaal uitstrekt tot aan Roosteren. Het gebied waarin Born ligt is dichtbebouwd, deels door industrie (havengebied) en deels door woongebied. Born is recentelijk uitgebreid met de wijk Aldenhof, waardoor Born nu tegen het buurdorp Buchten is gelegen. Ook het voormalige gehucht Hondsbroek is helemaal opgegaan in Born. Daarnaast is er rondom het dorp ook natuur; aan de oostzijde ligt het Limbrichterbos en aan de zuidzijde de Graetheide.

 

Kasteel Born

Bij het centrum van Born staan de overblijfselen van een oude waterburcht. Dit kasteel werd gebouwd in 1666 op de plaats waar een nog ouder kasteel heeft gestaan. De eerste vermelding daarvan dateert uit 1154. Door brand werd het kasteel in 1930 verwoest. Daar later geen restauratie volgde, is het in de loop der jaren steeds meer in verval geraakt. In 1955 werd het verkocht aan de toenmalige gemeente Born. De bijbehorende voorburcht werd tussen 1989 en 1990 hersteld en functioneerde nadien als gemeentehuis. Rond de ruïne is een dierenpark aangelegd.

Zie voor extra gemeentelijke informatie Gemeente Sittard-Geleen

DIETEREN

Dieteren (Limburgs: Deetere) is een kerkdorp in de zogenaamde 'taille' van de Nederlandse provincie Limburg, gelegen tussen de kernen Roosteren en Susteren, in de gemeente Echt-Susteren. Met 828 inwoners is het de kleinste kern van de gemeente.

Geschiedenis:

Dieteren heeft met zekerheid al bestaan aan het begin van de 13e eeuw; de oudst bekende geschreven vermelding van de plaatsnaam (als Dithirn) dateert uit het jaar 1213. Archeologische vondsten hebben verder aangetoond dat het gebied al vele eeuwen eerder door mensen bewoond moet zijn geweest. Over de betekenis en/of de herkomst van de plaatsnaam is niets duidelijk, maar het kan mogelijk worden vergeleken met die van het Gelderse plaatsje Dieren, gezien de overeenkomsten tussen de oude vormen. Mogelijk is het dan afgeleid van de naam Diederik.[1]

In 1441 wordt Johan Hoen (1380-na 1463) uit het Huis Hoensbroeck genoemd als heer van Dieteren. Op bestuurlijk gebied valt Dieteren al van oudsher onder Susteren, iets wat niet altijd geheel zonder slag of stoot zo is geweest. Kerkelijk is het wel losgemaakt van Susteren; rond 1712 werd in Dieteren een rectoraat gesticht en in 1806 een parochie. De eerste parochie heeft echter niet lang bestaan, in 1806 kwam hier al een einde aan. De huidige parochie bestaat sinds 1833.

Geografie en topografie

Dieteren is gelegen in de smalle Nederlandse strook die Zuid-Limburg met de rest van Nederland verbindt, de zogenaamde 'taille van Limburg'. Hemelsbreed ligt België ongeveer 2,5 kilometer ten westen en Duitsland ongeveer 4 kilometer ten oosten van de plaats. De ligging is landelijk, met voornamelijk uitgestrekte akkers en weilanden die de bebouwde kom omringen. Ook ligt er een klein bedrijventerrein langs de provinciale weg naar Susteren. De provinciale weg, de N296, loopt langs de zuidelijk c.q. westelijke rand van het dorp en geeft iets ten westen aansluiting op de autosnelweg A2.

Ter hoogte van Dieteren vloeien de Roode Beek en de Geleenbeek samen.

Bijzonderheden

De huidige kerk van Dieteren, de Sint-Stephanuskerk, dateert van 1939-1940 en is een ontwerp van de Maastrichtse architect Alphons Boosten. Het bouwwerk is geheel opgetrokken uit baksteen en heeft een breedgebouwde toren met een koperen spits.

Een ander bijzonder bouwwerk is de Dieterdermolen, een watermolen op de Roode Beek, daterend van de 13e eeuw en vernieuwd in 1806. Nabij Dieteren bevindt zich de Koppelberg. Dit is een oude 'motte', een kunstmatige heuvel uit de vroege middeleeuwen waarop ooit een gebouw moet hebben gestaan.

Zie voor extra gemeentelijke informatie Gemeente Echt-Susteren

ECHT

Echt (Limburgs: Ech) is een plaats in de gemeente Echt-Susteren, provincie Limburg (Nederland). De plaats telt 7656 inwoners (1-1-2011) en heeft een oppervlakte van ongeveer 75,13 km².

Geschiedenis

Vanaf in ieder geval 1277 voert ze een Andrieskruis (kruis in de vorm van een X) op een schild met in elke van de 4 hoeken 3 herkruiste kruisjes. Echt heeft twee zegels, t.w. het Schependomszegel (tweede helft 13e eeuw). Waarschijnlijk is dit het oudst bewaarde originele Schepenzegel in Nederland. Ook is er een stadszegel bekend, dat van latere datum is(aangetroffen op een 17e-eeuwse akte). De schepenen van Echt worden voor het eerst genoemd op 29 juni 1259. Zeer waarschijnlijk had Echt in 1343 stadsrechten want het bezegelde toen met haar zegel het verbond van Gelderse steden. Er was een omwalling met poorten en het had een hospitaal en lakenhal. Na de tweede helft van de 13e eeuw werd de stadsgracht aangelegd. Bij de Zuiderpoort zelfs een dubbele. Later, na de vele verwoestingen door oorlogen en de pest werd Echt meestal als dorp aangeduid, enkele keren (1590) als stad. Pas in 1630 werd het consequent door de schepenbank zelf stad genoemd. Echt heeft voor die tijd dus steeds stedelijke allure gehad. Vanaf de 13e eeuw was het de belangrijkste stad in het Overkwartier van het graafschap Gelder.

Later hoorde het bij het Overkwartier of Spaans Opper-Gelre. Vanaf 1713 kwam het samen met enkele andere gemeenten als Staats-Opper-Gelre aan de Verenigde Provinciën. Echt is op 1 januari 2003 met Susteren gefuseerd en is nu onderdeel van de gemeente Echt-Susteren.

Bezienswaardigheden

De katholieke Sint-Landricuskerk is een van oorsprong romaanse kerk. Tot de vergroting en uitbreiding van de kerk in 1872 stond aan de westzijde nog de romaanse toren. Verschillende keren werd de kerk tot gotische hallenkerk in de 15e eeuw verbouwd/vergroot en in 1872-1873, gerestaureerd en vergroot door architect P.J.H. Cuypers. Deze kerk is opgedragen, eerst aan de H. Anna. Later aan de H. Anna en de H. Lendrich (Landricus), die hierna alleen als kerk- en stadspatroon gold. Niet zeker is of deze H. Landricus, reliekschrijn bevindt zich in het Belgische Zinnik als juiste Landricus geldt. Er bestaat ook een bisschop Landricus, die te Parijs wordt vereerd. Deze komt, wegens de geschiedenis van Echt, (koningin Gerberga van Francie (Frankrijk)), eerder hiervoor in aanmerking. Gerberga had namelijk in de 10e eeuw haar belangrijkste landgoed in Echt. De neogotische toren raakte tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd en werd na de oorlog deels vervangen door een moderne bovenbouw. Eveneens van dezelfde architect P.J.H. Cuypers de kerk van Peij (1861). Het oude stadhuis werd vervangen in 1888 (architect J.H.J. Kayser) door nieuwbouw. In de kerk bevindt zich een herdenkingsaltaar ter ere van Edith Stein, bestaande uit een lessenaar met drieluik van de hand van kunstenaar Karin Deneer en een vitrine met de koormantel van Edith Stein, die zij droeg toen zij in 1942 gearresteerd werd. In deze kerk wordt nog iedere zondag een Hoogmis verzorgd, waarbij de gezangen in het Gregoriaans zijn.

De moderne rooms-katholieke Pius X-kerk uit 1959 is ontworpen door architect Jan Zollner.

In 1875 vestigden twintig zusters Karmelietessen uit Keulen zich in Echt vanwege de Kulturkampf in Duitsland. In 1879 werd voor deze zusters een nieuw klooster gebouwd waarvoor P.J.H. Cuypers de kapel ontwierp. Het klooster is tegenwoordig sterk verbonden met de herinnering aan Edith Stein, de Duitse filosofe en Karmelietesse die vanwege haar joodse afkomst Duitsland in 1938 ontvluchtte en tot haar deportatie door de nazi's in 1942 in dit klooster verbleef.

 

Zie voor extra gemeentelijke informatie Gemeente Echt-Susteren

GREVENBICHT

Grevenbicht (Limburgs: Beeg) is een kerkdorp in Nederlands Limburg, deel uitmakend van de gemeente Sittard-Geleen. Het aantal inwoners in 2006 was 2500 (bron: CBS). Tot 1839 behoorde Grevenbicht, zoals het overgrote deel van de rest van Limburg tot het Koninkrijk België. Grevenbicht was tot 1982 een zelfstandige gemeente. Van 1982 tot 2001 maakte Grevenbicht deel uit van de gemeente Born. Grevenbicht is vooral bekend vanwege de jaarlijkse Pinksterprocessie. In de jaren vijftig van de twintigste eeuw was Grevenbicht ook bekend vanwege de daar gehouden Wereldvrijgezellencongressen. Over de Maas vaart een voet-fietsveer naar het Belgische Rotem (Dilsen-Stokkem).
 
Ligging
Grevenbicht ligt op het smalste stukje van Zuid-Limburg (en daarmee dus ook van Nederland) en ligt met Obbicht en Papenhoven ingeklemd tussen het Julianakanaal en de Maas. Aan de andere kant van de Maas ligt het Belgische grensplaatsje Rotem (Dilsen-Stokkem) (deelgemeente van Dilsen-Stokkem). Door het dorp loopt de Kingbeek, die uitmondt in de Maas. Het dorp Papenhoven is met Grevenbicht samengegroeid en op enige afstand ligt het gehucht Schipperskerk dat er sterk op georiënteerd is.
 
Grensmaas
De Nieuwe Grensmaas is het project dat de Maas tussen Maastricht en Roosteren veiliger en aantrekkelijker zal maken. De Maas wordt daarbij vooral verbreed. Bij Grevenbicht zal in de Maasbocht een nevengeul gegraven worden, waardoor er een soort eiland ontstaat. Op dit eiland zal niet gegraven worden vanwege de ernstige bodemverontreiniging. Ten noorden van Grevenbicht, ter hoogte van de Koeweide, zal de Maas ook flink verbreed worden. Het is de bedoeling dat aan de oevers nieuwe natuurgebieden ontstaan. De werkzaamheden aan de Grensmaas vinden gespreid plaats tussen 2012 en 2022.
 
Geschiedenis
Opgravingen van Romeinse vondsten bewijzen dat er in de periode van 57 voor Chr. tot circa 400 na Chr. al volop bedrijvigheid heerste op de plek die vele eeuwen later Grevenbicht ging heten. Waarschijnlijk was Grevenbicht een knooppunt van Romeinse (handels)wegen.
Aan de westrand van het dorp bevindt zich een Romeinse grafheuvel die in later eeuwen in gebruik is genomen als joodse begraafplaats. In de volksmond wordt dit het Jodenbergje genoemd.
De oudste vermelding van de plaatsnaam Grevenbicht dateert van 1400 na Chr. en werd toen nog als Grevenbiecht geschreven. De doorgraving van de Kingbeek gaf het dorp haar tegenwoordige naam. Eerst werd het Grevenbijge, daarna Grevenbeek en later Grevenbigt of Grevenbicht. Een andere verklaring is dat Grevenbicht zoveel betekent als Bicht van de Graaf, waarbij Bicht weer een oude benaming is voor bocht. Een andere verklaring is dat Bicht komt van beek, dus Beek van de Graaf. In 2004, met de toevoeging van de Limburgse vertaling van de plaatsnamen op de plaatsnaamborden in Limburg en dus ook in de gemeente Sittard-Geleen ontstond er in Grevenbicht veel verzet tegen de spelling hiervan. Op advies van de Vereniging Veldeke was de officieele spelling "Beech", terwijl men in Grevenbicht de mening toegedaan was dat dit Beeg moest zijn, omdat dit al eeuwen zo werd gespeld. Uiteindelijk trokken de Beegtenaren aan het langste eind en werd de plaatsnaam op de borden gewijzigd in Beeg.
 
Voor extra informatie verwijzen we naar klik hier
Voor extra gemeentelijke informatie zie Gemeente Sittard-Geleen

GELEEN

Geleen (Limburgs: Gelaen) is een voormalige gemeente in de Nederlandse provincie Limburg. Tegenwoordig maakt de woonplaats deel uit van de gemeente Sittard-Geleen. Zij dankt haar naam (oorspronkelijk "Op-geleen") aan haar ligging bij het riviertje de Geleen (ook wel de Geleenbeek genoemd), dat de oostgrens van de gemeente vormde. De stad omvat de vroegere dorpskernen Oud-Geleen, Lutterade, Krawinkel, Spaans Neerbeek en Daniken, en daar omheen de in de laatste eeuw ontstane wijken. Anno 2011 wonen er ruim 32.000 mensen. De gemeente besloeg een grondgebied van 1220 hectare.

Op 1 januari 2001 is Geleen met Sittard en Born samengevoegd tot de nieuwe gemeente Sittard-Geleen.

Geschiedenis

In het gebied van de huidige gemeente Sittard-Geleen lagen de oudste boerendorpen van Nederland. Na vele eeuwen waarin de mensen een rondtrekkend jagersbestaan leidden vestigden zich hier ruim 5.000 jaar voor Christus de eerste mensen die leefden van akkerbouw en veeteelt. Deze bandkeramiekers, zo genoemd naar de versiering op hun aardewerk, woonden in kleine nederzettingen van 5 tot 15 vrij grote huizen met in totaal zo'n 50 tot 150 bewoners. Hun woningen lagen op de lössgronden nabij de (Geleen)beek. Door deze ligging waren de noodzakelijke basisvoorzieningen, water en vruchtbare grond, voorhanden. Na zo'n 400 jaar hebben deze eerste landbouwers onze regio verlaten. Hun beschaving is om tot nu toe onbekende redenen verdwenen.

Ook andere beschavingen, zoals de Romeinse, hebben hier hun sporen nagelaten. Zo is er zowel in Geleen, Simpelveld als in Limbricht een sarcofaag teruggevonden en in Buchten een fraai beeldje van een haan uit de Romeinse tijd.

Geleen, vanaf het midden van de twaalfde eeuw al vermeld als Glene, was aanvankelijk alleen een kerkdorp. De geschiedenis van deze plaats raakte met de familie Huyn verbonden met kasteel Sint-Jansgeleen, dat ook de zetel was van de heerlijkheid Geleen en Spaubeek (vanaf 1557), die in 1654 werd verheven tot het graafschap Geleen.

De heerlijkheid Geleen behoorde tijdens de tachtigjarige oorlog tot de Spaanse Landen van Overmaas. Van 1713 tot 1794 viel Geleen bestuurlijk onder Oostenrijk, dat de Zuidelijke Nederlanden beheerste, en vervolgens tot 1815 onder Frankrijk. Na het Ancien Régime en de Franse tijd bleef Geleen meer dan een eeuw lang een dorpje, of eigenlijk drie, inclusief de gehuchten Lutterade en Krawinkel.

Explosieve ontwikkeling

Geleen kwam zeer snel en spectaculair tot ontwikkeling als industriegemeente na de bouw van de kolenmijn Staatsmijn Maurits, waarmee in 1915 in het gehucht Lutterade werd begonnen en die weldra de modernste van Europa zou worden. Het aantal inwoners steeg explosief. In zestig jaar tijd nam de bevolking toe tot het tienvoudige. In 1920 waren het er nog slechts 4.000, tien jaar later al 12.000, in 1955: 25.000 en in 1980: 34.000. Door de gevolgen van vergrijzing en ontgroening is het inwoneraantal sinds de jaren 90 teruggelopen tot ruim 32.000 nu.

Groei en bloei

Geleen, en aanvankelijk vooral Lutterade, werd het bloeiende centrum van de zogeheten Westelijke Mijnstreek, thans nog een streekgewest. De gemeente werd uitgebreid met nieuwe wijken Lindenheuvel, Patersveld en later Geleen-Zuid en Haesselderveld. Als jonge, dynamische industriestad en economische motor van de regio met veel import van hoger kaderpersoneel stak Geleen weldra het naburige Sittard naar de kroon, dat vanouds een levendige, historische stad en marktcentrum was, maar met veel minder groeipotentieel. In korte tijd werd een nieuw stadscentrum ontwikkeld waarin alle bekende warenhuizen en grote winkelketens vertegenwoordigd waren. Met enige jaloezie werd hier door Sittard naar gekeken. De verhoudingen tussen beide zo geheel andere zusterstadjes werden lange tijd gekenmerkt door een grote onderlinge rivaliteit en na-ijver. Sittard deed zelfs een poging tot annexatie van Geleen, hetgeen leidde tot fel protesten van de Geleense bevolking, en met succes. Uit deze tijd stamt een Geleens (carnavals)liedje "Gans Gelaen dat is der teage". Dat de beide plaatsen in 2001 tezamen met Born zouden fuseren tot een nieuwe, grote industriestad (Sittard-Geleen), zou een halve eeuw geleden volstrekt ondenkbaar zijn geweest. Thans vormen zij een flinke en krachtige gemeente, die zelfs Heerlen als tweede stad van de provincie is gepasseerd.

Economie en infrastructuur

De Staatsmijn Maurits, in exploitatie genomen in 1924, was na een stormachtige expansie een halve eeuw later ook de eerste van de Nederlandse steenkoolmijnen die gesloten werd (1967). Een chemische reus kwam er als dochterindustrie voor in de plaats. Zoals tevoren Geleen en Maurits bijna synoniemen waren, zo waren dat sindsdien ook weer Geleen en DSM, althans tot aan de ontwikkeling van het huidige Sittard-Geleense industriecomplex Chemelot. Geleen was en bleef het centrum van de zware industrie in Limburg. De grote binnenhaven aan het Julianakanaal bij Stein en Born completeert het beeld van deze economische mainport, evenals de nabije luchthaven Maastricht Aachen Airport bij Beek. Geleen kent twee treinstations, te weten Geleen-Lutterade (aan de spoorverbinding Sittard - Maastricht) en Geleen Oost (aan de spoorverbinding Sittard - Heerlen).

Per 31 januari 2009 is het nieuwe Maaslandziekenhuis geopend. Onder de naam Orbis Medical Park is dit het modernste ziekenhuis van de wereld.

Wijken en buurten

Geleen is in volgende wijken en buurten verdeeld: Dassenkuil, Geleen-Centrum, Geleen-Zuid, De Haese, Haesselderveld, Janskamperpark, De Kluis, Krawinkel, Landgraaf, Lindenheuvel, Lutterade en Oud-Geleen.

Bezienswaardigheden

Complex van het vroegere Kasteel Jansgeleen of Huis Spaubeek, met ruïne van het slot, gerestaureerde en bewoonde voorhof (kasteelhoeve met voormalige pachterswoning) en watermolen (Sint-)Jansmolen, even ten zuidoosten van Geleen, op grondgebied van de gemeente Beek.

Sint-Janskluis uit 1699.

De Biesenhof, recent gerestaureerde historische hoeve.

Parochiekerk Sint Marcellinus en Petrus te Oud-Geleen.

Drossaerdhuis in de Geenstraat.

Monument in de Geenstraat (bij NS-station Geleen-Lutterade) ter herinnering aan de martelares zuster Aloysia, de joods-katholieke Louise Löwenfels.[1] Het monument staat op de plaats waar indertijd het klooster van de zusters stond. De zusters Arme Dienstmaagden van Jezus Christus hebben nog steeds een communiteit in Geleen.

Hoofdgebouw Staatsmijn Maurits

Gerestaureerde voormalige steenfabriek Plinthos, het tegenwoordige bureau van Landschapspark De Graven, in de buurtschap Daniken (bij Geleen-Oost)

Foroxity filmarena: de grootste bioscoop van Limburg

Zie voor extra gemeentelijke informatie Gemeente Sittard-Geleen

NUTH

Nuth (Limburgs: Nut) is een dorp in het zuiden van de Nederlandse provincie Limburg, gelegen langs de autosnelweg A76 tussen de stedelijke gebieden van Heerlen en Sittard-Geleen.De grootste kern van de gemeente vormt Nuth. In deze kern, gelegen in een vallei van de Geleenbeek, is ook het gemeentehuis gevestigd. Het is de meest ‘bedrijvige’ kern door de aanwezigheid van o.a. het bedrijventerrein ‘De Horsel’. Daarnaast is het midden- en kleinbedrijf in het centrum prominent vertegenwoordigd. 
 
Geschiedenis
De gemeente Nuth, centraal gelegen in Zuid-Limburg, bestaat uit vijf kernen met elk een eigen geschiedenis en specifiek karakter: Hulsberg, Nuth, Schimmert, Vaesrade en Wijnandsrade. Werd in 1821 Vaesrade reeds bij de gemeente Nuth gevoegd, in 1982 werd deze gemeente op haar beurt samengevoegd met de gemeenten Hulsberg, Schimmert en Wijnandsrade tot een nieuwe gemeente, die ook weer de naam Nuth kreeg.
 
Het grondgebied van deze gemeente kent een even rijke als roemruchte historie. Deze is in de verschillende kernen zichtbaar. In de ene kern zijn het grote boerderijen, die van het belang van de landbouw en de heerboer getuigen, op andere plaatsen zijn het kastelen, die duidelijk maken wie in vervlogen tijden belangrijk was. Overigens dateren de oudste sporen van bewoning op het grondgebied van de huidige gemeente al uit de periode rond 3000 vóór Christus. Ook de Romeinen zijn hier ‘kind aan huis’ geweest, getuige de aangetroffen Romeinse villa in Vaesrade.
De rijke historie en de veelheid aan cultureel-historisch erfgoed koesterend bouwt het gemeentebestuur aan een gemeente en gemeenschappen, die een passend antwoord geven op de wensen van deze tijd. Wensen ten aanzien van werk, voorzieningen, wonen en recreatiemogelijkheden. Ook hier manifesteert zich de verscheidenheid van de verschillende kernen.
Wat de naam Nuth betreft moet worden teruggegaan naar het jaar 1262, toen in een geschrift werd opgetekend, dat de ridder Adam de Nutta als scheidsrechter optreedt in een geschil over het landgoed Laer bij Wijnandsrade. Nuth behoorde, voordat het in 1626 door de Koning van Spanje als afzonderlijke heerlijkheid werd verpand, geruime tijd onder de schepenbank van Klimmen. 
 
Opmerkelijke historische bouwwerken in en rond de kern Nuth zijn kasteel Reijmersbeek, huize de Dael, dat vroeger de benaming ‘Oelsbroeck’ kende, het landhuis ‘Nierhoven’ uit 1679 en de gerestaureerde en in gebruik zijnde windmolen langs de Valkenburgerweg. Bijzonder is ook de buurtschap Terstraeten die aangewezen is als beschermd dorpsgezicht. Het is de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente Nuth. In en rond het dorp wonen circa 5500 mensen.
De plaats Nuth ligt in het oosten van de gemeente en vervult hierin een centrumfunctie, met onder andere een station langs de lijn Heerlen – Sittard en een groot bedrijventerrein langs de A76. Het centrum van het dorp ligt langs de provinciale weg van Brunssum naar Valkenburg, de N298. Hier zijn het gemeentehuis en rondom het marktplein verschillende winkels te vinden. De Sint-Bavokerk staat ten noorden van deze weg in het oudste gedeelte van Nuth. De kerk werd in haar oorspronkelijke vorm gebouwd in het jaar 1763 en in 1922 groots uitgebouwd tot haar huidige vorm. De kerk staat op een kerkheuvel waar de huizen in een cirkel omheen zijn gebouwd.
 
Nuth omvat naast het dorp zelf, de omliggende wijken en het kerkdorp Vaesrade, ook een groot aantal kleine buurtschappen, voornamelijk in het gebied ten westen van de plaats, in en langs het beboste dal van de Platsbeek, in alfabetische volgorde: Brand, Grijzegrubben, Helle, Hellebroek, Leeuw (Lieëw of Lui), Nierhoven, Reijmersbeek Reuken, Terstraten, Tervoorst. Het grootste plaatsje binnen deze groep van circa 8 gehuchten is Tervoorst. De buurtschappen tellen bij elkaar ongeveer 860 inwoners. Naast deze kleinere gehuchten maakt ook het ten oosten gelegen grotere kerkdorp Vaesrade sinds 1821 deel uit van Nuth. Vaesrade was in de middeleeuwen geen onderdeel van het Land van Valkenburg, maar de rijksheerlijkheid Vaesrade was een bezit van het Sint-Servaeskapittel te Maastricht. Na de Franse revolutie was Vaesrade een eigen gemeente tot het in 1821 te klein bleek om zelfstandig te kunnen voortbestaan. Sindsdien maakt het deel uit van Nuth met thans ca. 1000 inwoners.
 
Algemene informatie:
RKSV Minor is de plaatselijke voetbalvereniging, voetballend in de 2 de klasse. Sinds 2005 beschikt deze voetbalvereniging over een geheel nieuw complex genaamd: de Kollenberg. De plaatselijke hockeyclub: HC Nuth, -met veel leden uit omliggende dorpen- speelt ook op het complex de Kollenberg. In Nuth zelf wordt het Nuther dialect gesproken. Dit is een van de tussenliggende dialecten van centraal Zuid-Limburg (tussen Kerkrade en Maastricht).
Nuth telt 53 rijksmonumenten.
 
Zie voor extra gemeentelijke informatie Gemeente Nuth
Voor meer informatie leuk om te lezen, klik hier

SITTARD

Sittard (Limburgs: Zitterd) is een stad in Nederlands-Limburg, in het overgangsgebied tussen Midden-Limburg en het Zuid-Limburgse heuvelland. Zij vormt sinds 2001 tezamen met het iets zuidelijker, in de voormalige Westelijke Mijnstreek gelegen Geleen en een aantal kleinere plaatsen, waaronder Born, de gemeente Sittard-Geleen. Door deze fusie is de gemeente Sittard-Geleen qua inwonertal (ca. 95.000) de derde van de provincie geworden. Daarmee heeft Sittard iets van zijn historische betekenis teruggekregen. Het is een van de oudste plaatsen in Nederland en de op een na oudste stad van Limburg.
 
Geschiedenis
Het oorspronkelijke achterland van Sittard vormt het historische Land van Zwentibold rond de Graetheide. De geschiedenis van dit gebied gaat terug tot de zevende eeuw. Deze geschiedenis hebben de stad en de streek echter niet gedeeld met het moderne Zuid-Limburg. Sittard, Born en Susteren hebben maar een relatief korte tijd deel uitgemaakt van het Hertogdom Limburg. Zij hebben vanaf 1400 een Gulikse geschiedenis.
De naam Sittard is afgeleid van Siter, van het Oudhoogduitse sîte, hoogte of berghelling, en de plaats lag dan ook op een hoogte. Dit gebied was gunstig gelegen tussen de Geleenbeek en de Roode Beek. De nederzetting is ontstaan in de Karolingische tijd, tussen 700 en 1000. Zij wordt voor het eerst als Sitter vermeld in 1147. Er zijn echter sporen van veel oudere bewoning.
 
Inwonertal
Anno 2011 telt de stad Sittard bijna 38.000 inwoners. Van de voormalige gemeente Sittard maakten tussen 1982 en 2001 naast Sittard zelf, ook de kleinere kernen Broeksittard, Einighausen, Guttecoven, Limbricht, Munstergeleen en Windraak, (met gezamenlijk zo'n 12.000 inwoners) deel uit.
Ten tijde van haar opheffing op 1 januari 2001 had de gemeente Sittard meer dan 49.000 inwoners en Geleen bijna 34.000.
 
Dialect
Het Sittards hoort tot de Oost-Limburgse dialecten. Het verschilt dan ook - met name op het gebied van de fonologie - niet zo veel van Midden-Limburgse dialecten als het Roermonds. In de indeling van het Woordenboek van de Limburgse Dialecten valt het Sittards onder het Zuidelijk Oost-Limburgs en het Roermonds onder het Noordelijk Oost-Limburgs.
 
Ligging
Sittard ligt in het smalste gedeelte van de provincie Limburg. In het oosten en noordoosten grenst het aan Duitsland, nabij de gemeente Selfkant, en in het westen aan de Maas, die de grens met België vormt.
 
Vondsten
In het gebied van de huidige gemeente Sittard-Geleen bevonden zich ooit de oudste dorpjes van Nederland. Rond 5300 v. Chr. vestigden zich hier de bandkeramiekers.[1] Deze woonden in kleine nederzettingen met zo'n 50 tot 150 inwoners, in 5 tot 15 vrij grote huizen. Hun woningen lagen op de lössgronden nabij de Geleenbeek. Na zo'n 400 jaar hebben deze eerste bewoners, die van de landbouw leefden, deze regio weer verlaten.
In de wijk Hoogveld lag een compleet grafveld met bijna 100 begravingen. Diverse grafheuvels met een doorsnede van wel 18 m hebben het terrein gemarkeerd. De Romeinen hebben in het noordelijk gedeelte vertoefd. Hier zijn veel perceelafscheidingen uit de Romeinse tijd aangetroffen. Ook wat aardewerk (fragmenten van kruikjes en voorraadpotten) kwam er tevoorschijn (Gotenstraat, Alemannenstraat). Enkele vondsten zijn te zien in museum Het Domein. Daar staat ook een maquette van het genoemde grafveld.
 
Infrastructuur
Sittard en Geleen vormen een schakel in de provinciale, in de nationale en in de grensoverschrijdende infrastructuur. De stad Sittard ligt enkele kilometers van de autosnelweg A2, via welke Eindhoven in minder dan een uur te bereiken is en Maastricht in minder dan een half uur. De provinciale weg N276, die in het westen en in het zuiden de rand van de stad vormt, verbindt in noordelijke richting met Roermond en in oostelijke richting met Heerlen. In westelijke richting sluiten Sittard en Geleen bovendien aan op het knooppunt Kerensheide, waar de autoweg tussen Antwerpen en Keulen (A76) de A2 kruist.
Sittard vormt ook een relatief belangrijke schakel in het spoorwegennet. Op dit NS-station wordt de intercitylijn uit Alkmaar gesplitst in een deel naar Maastricht en een deel naar Heerlen. Roermond, dat ook door deze Intercitylijn wordt aangedaan, Heerlen en Maastricht zijn overigens ook nog per stoptrein te bereiken. De wijk Ophoven had vroeger een eigen stopplaats aan de spoorlijn Sittard - Herzogenrath: stopplaats Ophoven. Deze is in 1934 al gesloten.
 
“Bergen”in Sittard 
Een algemeen Nederlands en ook Sittards gebruik is dat men een heuvel als berg benoemt. Zo kent Sittard verschillende 'bergen':
  • De Kollenberg is de bekendste berg. Aan deze berg staat de bekende eeuwenoude St. Rosakapel. De Kollenberg is bekend vanwege het Maske Begrave (gezamenlijk begraven van de carnavalsmaskers aan het einde van de carnaval), alsmede vanwege van het jaarlijkse krombroodrapen.\
  • De Agnetenberg
  • De Auveleberg, vermoedelijk een Romeinse grafheuvel. Deze berg is in de jaren zestig van de 20e eeuw afgegraven.
 
Bedrijven en organisaties
Bekende bedrijven in Sittard zijn DSM (dat er een kantoor heeft) en de voetbalclub Fortuna Sittard. In 2006 heeft het Arabische concern Sabic (Saudi Arabian Basic Industry Corporation, opgericht in 1976 en het tweede grootste bedrijf in Saoedi-Arabië) een nieuw Europees hoofdkantoor geopend op het bedrijventerrein Fortuna.
De binnenstad van Sittard vormt een aantrekkelijk koopcentrum.
 
Onderwijs en cultuur
Sittard is vanouds een centrum van spiritualiteit en onderwijs. Er hebben zich in het verleden tal van religieuze instellingen gevestigd, naast een kapittel ook vele kloosters en moederhuizen. Middelbaar onderwijs werd en wordt onder meer gegeven door Jezuïeten en Franciscanen, hoger onderwijs door Dominicanen en Ursulinen.
Op HBO-niveau is Sittard een kleine studentenstad. Hogeschool Zuyd heeft hier een afdeling HEAO en een faculteit Gedrag en Maatschappij. Daarnaast is er in Sittard een grote lerarenopleiding gevestigd van Fontys Hogescholen. Deze hogeschool herbergt in Sittard ook een Centrum voor Theologie en Pastoraat, gelieerd aan een HBO-opleiding Theologie en Levensbeschouwing.
Fontys Hogescholen, Hogeschool Zuyd en gemeente Sittard-Geleen organiseren sinds enkele jaren de Studentenintroductie Sittard-Geleen. Doel hiervan is om van Sittard een bruisende studentenstad te maken.
De stad Sittard en de gemeente kennen diverse culturele voorzieningen. Te noemen zijn onder meer de Stadsschouwburg en Cultureel Centrum Sittard-Geleen (aan de Rijksweg Zuid, het Museum 'Het Domein' (voor hedendaagse kunst, stedelijke historie en archeologie), de Stichting Historie Sittard-Geleen, de Stichting Jacob Kitzraedt voor monumentenzorg, en het Stadsarchief Sittard-Geleen (aan de Kasteelhof te Born).
 
Wijken en buurten
 
Evenementen
Zie voor extra gemeentelijke informatie: www.sittard-geleen.nl

SUSTEREN

Susteren (Limburgs: Zöstere) is een stad in de gemeente Echt-Susteren, provincie Limburg (Nederland). De stad telt op 1 januari 2011 7.419 inwoners [1] en heeft een oppervlakte van ongeveer 28,34 km² en ligt tevens op de smalste plek in Nederland.
 
Prehistorie
De oudste archeologische vondsten in Susteren dateren uit de prehistorie. Zo is gebleken dat in de wijk "In de Mehre" een nederzetting uit de IJzertijd moet zijn geweest. Die werd mogelijk voorafgegaan door bewoning tijdens de Bronstijd. Uit de Romeinse periode (na het begin van de jaartelling) zijn in Susteren en omgeving diverse vondsten gedaan. Sporen uit de 5e en 6e eeuw ontbreken echter nog in deze regio. Ook onder de resten van middeleeuwse abdij werden sporen van eerdere bewoning gevonden: uit de IJzertijd en Romeinse tijd. In de jaren vijftig van de 20e eeuw is aan de noordzijde van de middeleeuwse kern van Susteren een Romeins grafveld gevonden, dat hier mogelijk bijhoorde. Ook elders zijn in Susteren archeologische sporen gevonden. Mogelijk maakte het in de achtste eeuw door Pepijn aan Willibrord geschonken landgoed deel uit van een Romeinse villa.
 
Geschiedenis
Op 2 maart 714 werd door Pepijn van Herstal een abdij gesticht in Susteren, door het domein Suestra te schenken aan Willibrord.[2] De huidige Sint-Amelbergabasiliek gaat terug op de latere romaanse kerk van deze abdij. In 900 werd koning Zwentibold hier begraven. Susteren is al eeuwen een bedevaartoord voor mensen met gebitsproblemen en iedere zeven jaar vindt er een heiligdomsvaart plaats.
De schepenen van Susteren komen voor het eerst voor op 14 september 1260. Susteren verkreeg al in 1276 stadsrechten door Reinoud I van Gelre. De oudste akte van de schepenbank is van 29 december 1312. Tot 1801 was Susteren hoofdplaats van het Landdekenaat Susteren.
 
Indeling en bevolking
Susteren is onderverdeeld in de wijken en buurten Heide, Mariaveld, In de Mehre, Middelveld en Munsterveld. Daarnaast hoort de landelijke buurtschap Baakhoven bij Susteren. De plaats had op 1 januari 2011 7.419 inwoners.
 
Spoorweg
Vroeger kende Susteren een groot rangeerterrein dat vooral gebruikt werd voor het rangeren van kolenwagons uit de mijnen van Zuid-Limburg. Dit rangeerterrein is jaren geleden gesloten en sinds 2006 opgebroken. Susteren heeft wel nog een NS-station : Station Susteren.
 
Zie voor extra gemeentelijke informatie: www.echt-susteren.nl
Voornaam:
Achternaam:
Telefoonnummer:
E-mailadres:
Eventuele aanvulling op uw bericht?


Verstuur

gemeenten klinkers makelaardij

  • Laatste tweets
  • Klinkers Makelaardij
  • 046 - 20 40 005
  • Rmt-gecertificeert
    sinds 01-01-2014
  • Registratiecode
    V201628747
Vastgoedcert gecertificeerd Erkend lid van Vastgoedpro Klinkers Makelaardij Impressie    Klinkers Makelaardij Impressie    Klinkers Makelaardij Impressie